
Geert Wilders tijdens een interview. Foto: PVV
Het eerste relletje van het jaar is alweer een feit. Koningin Beatrix zou zich hebben onderworpen aan de tucht van de Islam. Ze was met een hoofddoekje verschenen tijdens het staatsbezoek in de Verenigde Arabisch Emiraten. Natuurlijk was de partij van Geert Wilders, de PVV, er weer als de kippen bij om deze, normaalgesproken respectvolle, omgangsvorm te bekritiseren. Dit voorval verschilt echter van eerdere, waar voornamelijk de impact van het vreemde op Nederlandse cultuur op de voorgrond stond. Deze keer was de Nederlandse delegatie in den vreemde. Volgens de fatsoensnormen, waar de PVV normaalgesproken zeer aan hecht, schikken we ons dan naar de waarden van de gasten.
Afgelopen jaren hebben we menige tweet van Wilders gezien die zich vrijwel altijd reactionair beklaagd over een actueel nieuws item. Deze stijl spreekt de 1,4 miljoen PVV kiezers blijkbaar aan. Het lijken machtelozen die zich achteraf beklagen over wat anderen (niet) hadden moeten doen. En dat maakt het ook zo moeilijk om met een partij als de PVV samen te werken. De partij excelleert niet in het aandragen van (hedendaagse) oplossingen, maar schiet liever de voorstellen van anderen af of laakt het wanneer er geen actie is ondernemen. Daarbij heeft het zijn programma opgehangen aan een paar activistische thema’s, welk assortiment wordt uitgebreid en aangepast naarmate de actualiteit voortschrijdt. Het opheffen van de euro is hier een voorbeeld van.
De PVV is naar Nederlandse begrippen een merkwaardige partij. Het is journalisten tot nu toe nog niet gelukt om duidelijk te krijgen hoe de partij gefinancierd wordt. Organisatorisch steunt ze vrijwel in haar geheel op Geert Wilders. De partij staat in een opmerkelijke verhouding tot religie. Het Christendom en Jodendom zijn akkoord bevonden. Bij haar verdediging van de Humanistische waardes verbleekt zelfs D66. De mensen die het Islamitisch geloof aanhangen zijn prima, de religie zelf is duivels. Hieruit kan alleen maar volgen dat Moslims alleen ‘goed’ kunnen zijn als ze de Islam afzweren. Dan rijst de vraag: zou het acceptabel zijn om in Allah te geloven zoals Nederlanders heden ten dage in God geloven? Welke gebruiken moeten de deur uit?
Maar misschien verliezen we door deze enge benadering wel het overzicht. De afkeer van de Islam zou zo maar eens een deelaspect kunnen zijn. Immers, de Grieken zijn ook een doorn in het oog van de PVV. En deze keer gaat niet om geloof maar om de werkethiek die afwijkt van de Nederlandse en daarmee als inferieur wordt gezien. Als we de PVV van een afstand bekijken, dan is ze de niet-intellectuele, volkse, reactie op decennia van internationalisering. De partij heeft geen grootse agenda die het volk niet zou begrijpen, maar voert iedere dag een straatgevecht tegen de buitenlandse invloeden die het land de afgelopen jaren hebben veranderd. De invloeden die de gewone man zijn overkomen en waarover hij graag nu een gevoel van controle wil hebben.
De PVV heeft zijn stijgende populariteit niet alleen te danken aan de uitgesproken afkeuring van het vreemde. De partij is sinds het ontstaan opgeschoven vanuit de economisch liberale hoek richting een meer ‘sociale’ inslag. Hierdoor heeft ze zich verzekerd van een grotere vijver om uit te vissen, maar is de economische agenda net zo belangrijk geworden als de culturele. Voor beiden geldt overigens: behoud van het goede en terugkeer naar dat wat vroeger nog beter was. Opmerkelijk is overigens wel dat de PVV hiermee het best scoort in de gebieden waar de internationalisering het minst is doorgedrongen. De angst voor het onbekende of voor verandering leeft het sterkst onder diegenen die er nog niet bekend mee zijn.
De opkomst van de PVV (en andere bewegingen daarvoor) is een gevolg van de afkalving van de conservatieve politiek. Daar waar het CDA tot begin jaren negentig nog een conservatief baken was, hebben de internationaal georiënteerde ‘paarse’ coalitiepartners het schip de volle zee opgestuurd. Het ervaren en bestuurlijk ingestelde CDA is deels vervangen door onervaren of onbekwame protestanten die verhaal komen halen. We zien het terug in de weinig tactvolle benadering van dat wat anders en buitenlands is. Net als van de PVV verwacht mag worden dat ze het landsbelang dienen en niet schaden, mogen we van de gevestigde partijen verwachten dat ze verlangens registreren, intellectueel tegenwicht bieden en het electoraat weer onder hun hoede nemen. Daarmee komt het fatsoen ook weer terug.