Share

Interventie in Syrië is niet te rechtvaardigen

In Dutch| Opinion 13 February 2012
Syrisch oppositielid Haitham al-Maleh. Foto: FreedomHouse

Syrisch oppositielid Haitham al-Maleh. Foto: FreedomHouse

Toen de VN resolutie voor bescherming van de burgerbevolking in Libië werd aangenomen, besloot Nederland militair bij te dragen aan het impliciet afzetten van een regime. De strijd zelf lieten we in de handen van lokale strijders, waardoor we met zweethanden de gevechten moesten gadeslaan. Tot onze opluchting bleven de strijders eensgezind, werd het regime afgezet en een overgangsraad geïnstalleerd. De vliegtuigen én camera’s verlieten daarop Libië en voor ons was het conflict opgelost. In werkelijkheid is Libië nu een instabiele staat, die steeds meer trekjes van Irak begint te vertonen, in plaats van de democratische modelstaat waarvan we dromen. Voordat we onze tocht door het Midden-Oosten in Syrië voortzetten, zouden we ons beter eerst bezinnen.

De situatie in Syrië brengt een reflex in ons boven. Vanuit onze cultuur bezien is het gebruik van geweld tegen eigen burgers afkeurenswaardig. Daarom is het noodzakelijk om de Syrische president Bashar al-Assad tot de orde te roepen en te eisen dat hij onze universele waarden respecteert. Maar de drang naar verandering maakt ons blind voor de lokale context waarin het probleem optreedt. We vervangen daardoor het ene probleem met het andere. Arabische staten bestaan bij gratie van gecentraliseerd leiderschap – denk ook aan de voormalige Europese kolonisators, waar rechten van conflicterende, religieuze subgroepen worden gekort ten gunste van de staat. Bovendien zijn ook in die subgroepen de rechten van het individu ondergeschikt aan die van een hogere macht.

De afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met het verwijderen van deze autoritaire regimes. Onze superieure militaire macht joeg de Taliban de bergen in, trok Saddam Hoessein van zijn sokkel en bombardeerde Gaddafi-aanhangers op snelwegen. In alle drie de gevallen was de overwinning snel bereikt, maar bleef het land achter als een muur zonder voegen. Strijders en burgers sneuvelden vervolgens niet alleen tijdens de opstand of oorlog, maar net zo goed daarna. Ook bleek dat de stenen zich niet op hun oorspronkelijke plek lieten voegen, terwijl wij snel het muurtje op onze manier weer wilden opbouwen. Uiteindelijk zijn in deze strijd ook onze soldaten geofferd. In Syrië doen we dit beter niet opnieuw. Bovendien: waar trekken we de grens? Bij Jemen? Somalië?

Hoewel de morele superioriteit van het Westen het afgelopen decennium gedecimeerd is, kent de retoriek nog steeds grote woorden, maar zijn de durf en de middelen niet meer bijpassend. Unilateraal beschikt het nog over de mogelijkheid tot sancties, multilateraal is het via diplomatie op anderen aangewezen. De VN is niet alleen het platform voor multilateralisme, maar ook de beschermer van staten die door andere, zich moreel superieur wanende, staten dreigen te worden overlopen. Het ligt dan ook voor de hand de grens te trekken daar waar unanieme steun voor interventie in de wereld ontbreekt. Zolang de Russen en de Chinezen er geen heil inzien, blijft de onrust in Syrië voor de rest van de wereld een interne aangelegenheid.

Bovendien gaat er van Syrië geen internationale dreiging uit. Het land speelt geopolitiek vrijwel geen rol van betekenis vergeleken met landen als Turkije, Israel, Iran en Saoedi-Arabië. Gezien dit relatief kleine belang zou het Westerse beleid erop gericht moeten zijn de Arabische Liga, of individuele Arabische landen, te steunen om verantwoordelijkheid te nemen. Daarmee kan de aandacht worden gericht op de dreiging die van Iran uitgaat én waar de wereld wel direct de gevolgen van ondervindt. Bovendien heeft het Sjiitische Iran nauwe band met de eveneens Sjiitische groep waar Assad toe behoort. Als het lukt om Iran verder terug te dringen, dan kan dat zijn weerslag hebben op de positie van Assad in Syrië.

Hoe gruwelijk het verlies aan leven, in Syrië martelaarschap genoemd, ook is, er zijn teveel bezwaren om een (indirect) militair ingrijpen te rechtvaardigen. De afgelopen tien jaar hebben Westerse interventies veel gekost, maar is het rendement op zijn best onduidelijk. Libië, Irak en Afghanistan zijn nog niet bekomen van de laatste keer dat we om een volk gaven. Tel daarbij op dat we met onze vrijheidsagenda staten in hun soevereiniteit aantasten en daarmee een instituut als de VN verzwakt hebben. Ook ontbreken door de hoge overheidsschulden de middelen om continu landen te democratiseren. Als we al willen ingrijpen in de aangelegenheden van een soeverein land, dan beter in die van een land dat op weg lijkt een nucleaire mogendheid te worden.

No comments
Leave your comment