Maak het land bestuurbaar met een rechts minderheidskabinet

8 juni 2017 | Opinie – Een rechts minderheidskabinet doet recht aan de onvrede in de samenleving, maar laat ruimte voor compromissen met een versplinterde oppositie.

Langdurig formeren hoort inmiddels tot de plaatselijke folklore en dus komen we er niet onderuit ons daar iedere keer weer aan te onderwerpen. In Nederland wordt het openbaar bestuur immers gekozen via de weg van de meeste weerstand. Vroeger had dat ook een functie. Toen waren er een paar machtsblokken die wel vreedzaam wilden samenleven, zolang de andere partijen bereid waren iets van zichzelf op te geven. En dat kostte tijd.

Tegenwoordig is de samenleving een wirwar van eilandjes die onrustig naast elkaar dobberen. De kiezer wordt allang niet meer in toom gehouden door de mores van een groep, maar hopt gedreven door emotie van het ene naar het andere eiland. Nu de samenleving ook nog eens zo op zoek is naar een evenwicht tussen stedelijk internationalisme en ruraal nationalisme wordt pas duidelijk hoe we bestuurlijk achter de feiten aanlopen. Brede compromissen stellen niet meer iedereen een beetje tevreden. Ze maken allen ontevreden.

Minderheidscoalitie

GroenLinks en de VVD zijn dan ook helemaal geen potentiële coalitiepartners, maar partijen die mekaar op inhoud ideologisch moeten bevechten. Datzelfde geldt voor de ChristenUnie en D66. Er is in het huidige politieke landschap eigenlijk maar één coalitie te bedenken die in onze gepolariseerde samenleving ideologische samenhang vertoont, en dat is een rechts-nationalistische. Niet alleen beweegt onze samenleving zich sowieso al jaren in die richting, ook zijn de zetels in die hoek over het minst aantal partijen verdeeld.

Er zijn wel twee bezwaren tegen zo’n coalitie te verzinnen. Het eerste dat VVD en CDA hun persoonlijke grieven jegens Geert Wilders niet aan de kant willen schuiven. Het tweede dat zo’n coalitie zelfs met het Forum voor Democratie twee zetels tekort zou komen voor een meerderheid. Toch zou een minderheidskabinet van de drie grootste partijen op rechts meer doen voor alle kiezers. Een brede links-rechts coalitie laat immers hoogstens de zo tijdens de campagne gefêteerde nationalistische kiezer zich bedrogen voelen, terwijl een minderheidskabinet juist ruimte zou laten voor oppositie van links en uit het midden.

Referendumcultuur

Het is begrijpelijk dat VVD-leider Rutte niets ziet in nog eens vier jaar adhoc coalitievorming in het parlement. Maar de kiezer heeft hem niets te kiezen gegeven. Bovendien is gebleken dat diens kracht niet ligt in de grote verhalen, maar in het managen van relaties. Iets dat prima past bij een minderheidskabinet. Daarbij zou dat pragmatisme Rutte van pas komen bij het met de oppositie werken aan de zo broodnodige renovatie van het openbaar bestuur.

Hoe die niet moet, hebben Thierry Baudet en Jan Roos getoond, die met het oneigenlijke gebruik van het Oekraïne-referendum zelf de directe democratie in de knop hebben gebroken. Een referendumcultuur laat zich ook niet ontwikkelen in een tijd van onvrede en maatschappelijke instabiliteit. Die heeft de vastigheid van traditie nodig, waarmee een referendum als democratisch doel ingeburgerd moet raken. Het referendum als middel laten we liever aan autocraten elders.

Kiesdrempel

Een representatieve democratie kan niet worden doorgedreven tot op het niveau van de individuele kiezer. Als er teveel onderhandelingspartners zijn, zoals nu, dan moet het politieke compromis niet pas plaatsvinden op de inhoud, maar al bij de toelating tot het speelveld. Partijen behartigen sowieso nog maar tijdelijk de belangen van kiezers en moeten dus ook kunnen vergaan of uit noodzaak samengaan. En nieuwe spelers moeten politiek gewicht meebrengen, zodat de ruis niet de toon verdringt. Een kiesdrempel zou zo helpen om de sterk uiteenlopende verwachtingen en bijkomende onvrede bij kiezers te temperen.

Die kiesdrempel zou ook de Eerste Kamer enigszins depolitiseren, ware het niet dat in tijden van polarisatie de zelfstandigheid van de Senaat sowieso in het geding komt. Ernstiger is echter nog dat die Kamer het democratische tekort uit de provincie erft, waar de leden van Provinciale Staten – die de senatoren kiezen – als collectief zelf vaak niet eens zijn verkozen door 50% van de kiezers. De vraag is of we met de politiek in irrelevantie rakende provincies ook de rol van de Eerste Kamer moeten decimeren of we juist beide organen opnieuw gewicht willen geven door bijvoorbeeld het Statenlidschap met het senatorschap te combineren.

Extremisme

Er zijn in de recente geschiedenis meer kabinetten voortijdig gevallen dan er bleven zitten tot het eind. Nu het politieke landschap zo versnipperd is, zou het een wonder zijn als na al die ideologische acrobatiek een brede meerderheidscoalitie van vier of meer partijen het tot het eind volhoudt. Als er al een Rutte III komt, dan beter een minderheidskabinet dat recht doet aan de verhoudingen, dan één dat de onvrede onderhuids verder laat broeien. Dat kabinet zou dan de reparatie van het openbaar bestuur tot prioriteit moeten maken, opdat we niet verder vastlopen in de chaos waarin vooral politiek extremisme gedijt.