Herindeling moet van onderop komen

11 juli 2016 | Commentaar – Gemeentelijk herindeling in Zuid-Limburg moet niet bestuurlijk worden opgelegd, maar met draagvlak onder burgers van onderop tot stand komen.

In het Zuid-Limburgse Schimmert gaat een petitie rond waarmee de inwoners van het dorp zich verzetten tegen de fusie van Nuth, Onderbanken en Schinnen tot de gemeente NOS. Het is een verlaat verzet tegen de herindeling van 1982, toen het dorp bij de gemeente Nuth werd getrokken, maar waarvoor, naar nu blijkt, het draagvlak onder burgers niet al te groot was. Die hadden zich liever aangesloten bij het naburige Beek of Meerssen, omdat ze zich daar meer verwant mee voelen. En aan gevoelens van verwantschap valt niet te twijfelen.

Afgelopen week opende de Maastrichtse burgemeester Penn-te Strake het fusie- en samenwerkingsbal waarmee de Zuid-Limburgse gemeenten bestuurlijk uiteindelijk dichter bij elkaar zouden moeten komen. Met een nogal abstracte ‘herindeling-light’ stelde ze voor om de opgaven onder de grotere gemeenten te verdelen en daarmee tevens de kleinere het werk uit handen te nemen. Bestuurlijk niet onaantrekkelijk, maar als ‘Schimmert’ iets leert dan is het dat samenwerking en herindelen vooral door burgers gedragen moet worden.

Zachte hand

Dat gemeentelijke samenwerking überhaupt noodzakelijk is geworden komt door het beleid van het Rijk, dat in het kader van de participatiemaatschappij steeds meer taken naar de gemeenten afstoot. Het idee is dat gemeenten beter oplossingen vinden voor problemen die lokaal spelen. Met de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) zijn de gemeenten afgelopen jaar nog meer op zichzelf aangewezen geraakt, zonder dat daarvoor de competenties en controlemechanismen per se overal even goed zijn meegegroeid.

In Limburg komt daar ook nog eens de vergrijzing en ontgroening van de samenleving bij, waardoor hetzelfde gemeentelijke apparaat er niet alleen voor steeds minder burgers is, maar het ook nog eens moeilijker wordt om de menskracht te vinden om aan taken uitvoering te geven. Ook maakt concurrentie tussen gemeenten en onnodig bureaucratisch gedoe het er niet gemakkelijker op om bedrijven aan te trekken. Met diens beleid dirigeert het Rijk de gemeenten nu feitelijk met zachte hand in de richting van samenwerking en herindeling.

Nieuwe tijd

We leven sowieso allang niet meer in 1982. De wereld is van kleinschalig naar grootschalig gegaan, terwijl Zuid-Limburg juist de andere kant uitging: van zwarte goudmijn, waaromheen de katholieke moraal voor veel nageslacht zorgde, tot grijze gaten en jongeren die net als elders de trek naar de grote steden ondernemen. De supermarkten, bloemisterijen en de bank gingen al dicht of verhuisden naar grotere kernen. Nu zijn de tennisbanen, scholen en het gemeentehuis aan de beurt voor een nieuwe ronde schaalvergroting.

Toch zouden we er goed aan doen om de sentimenten die in Schimmert en elders leven niet ondergeschikt te maken aan de noodzaak tot verandering. Het verstand begrijpt wel dat die nodig of zelfs onvermijdelijk is, het gevoel heeft echter zijn eigen dynamiek. En het is juist in ouder wordende samenlevingen dat het proces van verandering nog moeizamer verloopt. Willen burgers betrokken blijven bij een participatiemaatschappij, dan volstaat een bestuurlijke aanpak alleen niet. Dan moet ook het gevoel mee om.

Controle

Om dat te bewerkstelligen is er een vergezicht nodig, dat rekening houdt met een behoefte aan controle over de eigen leefomgeving. De nu voorgestelde ‘Maastrichtse variant’ gaat conceptueel eerder van een versnipperd Zuid-Limburg naar dat van één gemeente voor de hele regio, waar functies over de steden verdeeld worden. Dat zou niet alleen tekort aan het idee van écht lokale dienstverlening doen, maar zorgt ook voor een verschuiving van de macht richting het westen, wanneer de vergrijzing in de oostelijke mijnstreek in zijn volledigheid toeslaat. Met alle frustraties en frictie van dien.

Een betere benadering is die van onderop, waar gemeenten al doende zelf tegen hun grenzen en beperkingen aanlopen. Dat is misschien een minder efficiënte manier om tot eenzelfde resultaat te komen, maar het laat wel ruimte voor burgers om zich betrokken te voelen bij de veranderingen die nodig zijn. En uiteindelijk ontstaan er toch wel blokken van gemeenten, die op termijn nog verder aaneen groeien. Alleen is het draagvlak daarvoor door een geleidelijke en authentiekere samensmelting dan veel groter.

Stapsgewijs

Schimmert bewijst dat een slechte herindeling niet ophoudt voor onvrede te zorgen. Was dat dorp 34 jaar geleden bij Meerssen of Beek gevoegd, dan hadden die burgers nu een ander gevoel gehad bij de gemeente waarin ze leven. Een gevoel dat waarschijnlijk bij de later alsnog door te voeren fusie met de gemeente Nuth wel zou zijn gebleven, omdat het startpunt anders is. Schaalvergroting is een noodzakelijk kwaad, maar het blijft wel sleutelen aan de leefomgeving van mensen. Het is aan de Zuid-Limburgse politiek om burgers stapsgewijs mee te nemen naar bestuurlijke efficiëntie zonder ze daarbij in eigen huis te ontheemden.

Dit artikel is verschenen bij Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad op 15 september 2016.