Referendum ter blamage

21 maart 2016 | Commentaar – Het referendum over de Oekraïne is een zinloze sabotagepoging, waarmee een boze minderheid zich wil laten gelden ongeacht de politieke gevolgen.

Het referendum over de associatieovereenkomst met Oekraïne op 6 april gaat niet over de Oekraïne. Nou ja, zij die Europa wel nog zien zitten mogen voor de vorm stemmen voor de overeenkomst met dat land. Voor hen is het referendum echter eigenlijk niet bedoeld. Het is er voor eurosceptici om met een noodgreep Brussel en Den Haag in de war te brengen. Het is de revolutie van de kleine man tegen het systeem, die verblind door woede de nog grotere gevaren uit het oog is verloren.

De associatieovereenkomst met Oekraïne gaat vooral over handel en economische samenwerking. De Oekraïners worden praktische hulp en wat financiële steun geboden in ruil voor toegang voor bedrijven tot de Oekraïense markt en aanpassing aan de Europese normen en waarden. De overeenkomst voorziet niet in open grenzen of vrij reizen voor Oekraïners, laat staan in lidmaatschap van de Europese Unie. Van de samenwerking zelf zullen dan ook maar weinig mensen hoeven wakker te liggen.

Politieke gevolgen

Relevanter daarentegen zijn de politieke gevolgen, maar die zijn voor het referendum hoogstens bijzaak. Waar het wel om gaat, is het platform dat het referendum biedt om gevoelens van machteloosheid te kunnen uiten. Enerzijds door mensen die denken door Europa gedupeerd te zijn geworden, anderzijds door hen die zich geroepen voelen om een vermeend democratisch tekort aan de kaak te stellen. Beiden willen vooral naar binnen kijken, terwijl de wereld buiten lang niet meer zo dreigend was als nu.

Oekraïne maakt deel uit van het strijdtoneel waar het Rusland onder Poetin zich probeert te revancheren voor de verloren politieke invloed na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De Russen vullen daarbij het militaire gat dat de Verenigde Staten achterlaten na de oorlogen in Irak en Afghanistan. Europa is niet opgewassen tegen het geweld waartoe de Russen bereid zijn en moet het dan ook hebben van diens diplomatieke invloed, waaruit ook de overeenkomst met Oekraïne tot stand is gekomen.

Nu is het inzetten van diplomatie alleen al een zwaktebod. Het is niet voor niets dat de Russen onze grenzen testen met de annexatie van de Krim en het aan- en uitzetten van het conflict in Oekraïne. En wat te denken van Syrië, waar we niets deden toen de Russen de Syriërs tot vluchtelingen bombardeerden met als doel voor verdeeldheid in Europa te zorgen. Met een ‘nee’ bij het referendum spelen we niet alleen de Russische verdeel-en-heers-politiek in de kaart, we ontnemen onszelf ook nog eens onze diplomatieke wapens.

Te grote stem

Het referendum is niet alleen te simpel voor de complexe werkelijkheid, ook het stemmen zelf is nog eens hogere wiskunde. Dat komt door het vereiste opkomstpercentage van 30%. Tegenstanders van de associatieovereenkomst hoeven alleen maar ‘nee’ te stemmen. De voorstanders raken door strategische keuzemogelijkheden verdeeld over twee groepen: ‘ja’ stemmen helpt de tegenstanders aan een opkomst van 30%, terwijl niet-stemmen tot een disproportionele nee-stem leidt wanneer de opkomst toch hoger dan 30% is.

Het overgrote deel van de kiezers zal vermoedelijk sowieso niet stemmen. Die hebben geen mening, vinden dat keuzes maken het werk is van volksvertegenwoordigers of stemmen nooit. Wanneer de opkomst straks op 40% zou liggen en de nee-stem op 60%, dan weten we alleen zeker dat 24% van de kiezers tegen is. Een uitslag die overeen zou komen met wat recente verkiezingen ook hebben laten zien: zo’n kwart van de kiezers wil zich van Europa afkeren. Het referendum geeft die dan waarschijnlijk wel een disproportioneel grote stem.

Sabotage

En ook al is de uitslag ‘nee’ en wordt het raadgevende referendum serieus genomen, dan volgt waarschijnlijk een herhaling van 2005, toen het Verdrag van Lissabon met een referendum ook niet werd tegengehouden. Nu staan de tegenstanders er bovendien nog zwakker voor dan toen: een meerderheid in het Nederlandse parlement is voor de overeenkomst, net als de overige 27 lidstaten van de EU. Het is dan ook te verwachten dat het kabinet de EU een paar cosmetische veranderingen laat aanbrengen, waarna het resultaat daarvan gevierd zal worden als een overwinning voor de democratie in Nederland.

Het referendum is zo niet meer dan een sabotagepoging, waarmee een verongelijkte minderheid zich wil laten gelden ongeacht de gevolgen. Daarbij mist het referendum draagvlak, niet in de laatste plaats omdat het publieke debat zich vooral buiten de politiek afspeelt. Wat dat betreft beloven de verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2017 meer, wanneer we kunnen kiezen uit coherente visies op het buitenland en het ook echt om de macht gaat. Dit referendum is geen revolutie, maar een blamage voor een klein land als Nederland dat zonder internationale samenwerking nergens zou zijn.