Grenzen aan het vrije verkeer van mensen

29 maart 2017 | Commentaar – Brexit toont dat de culturele vermenging die met het vrije verkeer van mensen in Europa komt velen veel te snel gaat.

Als we iets van Brexit zouden moeten leren, dan is het dat de Europese Unie zo overheersend is geworden dat ze haar eigen draagvlak ondermijnt. Net als elders in West-Europa voelen ook de Britten zich cultureel zo overweldigd, dat ze zijn gaan terugverlangen naar een tijd die misschien nooit was, terwijl in Oost-Europa de pas toegetreden lidstaten vrezen dat immigratie hun homogene samenlevingen onherkenbaar zal veranderen. Het gevolg is het overal opvlammen van het nationalisme dat Europa juist wilde bestrijden.

Wij tegen zij

Het herontdekken van nationale identiteit is een precaire zaak voor Europa. Net als in de jaren dertig van de vorige eeuw is er nu een opgeklopte ‘wij-tegen-zij-houding’ aan het ontstaan. Deze keer ligt daar (vooralsnog) geen economische depressie aan ten grondslag – hoogstens onvrede over de verdeling van welvaart, maar zijn het de culturele veranderingen zelf die een gevoel van onbehagen oproepen, met de EU als de moloch die mensen zich in eigen huis ontheemd laat voelen.

Die gevoelens van onbehagen worden nu handig geëxploiteerd door een populistische onderstroom, die de ontstane sociale onrust aanwakkert om een terugkeer naar de superieur gewaande samenleving van weleer te kunnen bewerkstelligen. De interne vijand is daarbij de gevestigde orde, met de Europese Unie als ondemocratische heerser en lagere overheden als slaafse volgers. En de externe de Islam, een breed gedefinieerde groep gelovigen die zich door menselijke reproductie en met geweld meester wil maken van het Europese continent.

Onliberaal

Waar Europese samenwerking ooit bedoeld was om dit soort uitwassen te bestrijden, daar werkt ze die nu zelf in de hand. Met als dieptepunt de Oost-Europese alliantie van ‘onliberale’ landen – bestaande uit Hongarije en Polen, die Europese samenwerking vooral in economische termen zien, misschien zelfs wel als historische herstelbetaling, terwijl Europa in beginsel een waardengemeenschap is, waarin democratie, een onafhankelijke rechtstaat en rechten van de mens de hoekstenen vormen.

Bij het lidmaatschap van de EU hoort dan ook een mate van sociaal-culturele integratie. Als die echter uitblijft, dan zet dat de Europese cohesie op de helling. Wanneer Oost-Europese arbeidsmigranten zich immers ongehinderd in het westen kunnen vestigen, en daar voor een uitholling van de onder- en middenklasse zorgen, terwijl diezelfde klassen middels structuurfondsen wel bijdragen aan de welvaart in het oosten, hoe houd je dan draagvlak voor zoiets abstracts als Europa? Met meer winst voor het eigen bedrijfsleven laat niemand zich meer voor de gek houden.

Solidariteit

Een gemeenschap kan niet zonder onderlinge solidariteit. Europa koos vóór Brexit nog voor het principe van het vrije verkeer van mensen om de ideologische integriteit van Europa te borgen. Na Brexit blijkt dat een meerderheid van de Britten die ideologie niet meer steunt. En dat lijkt te gelden in meer landen in de unie. Voor de Europese gemeenschap is het nu kiezen tussen het democratisch beginsel of het economische uitgangspunt van de unie, waarbij beiden leiden tot een zekere mate van desintegratie.

Het vrije verkeer van mensen trekt zo’n wissel op het continent, dat samenwerking erdoor aan het wankelen wordt gebracht. Het moet dan ook worden begrensd. Dat zal de EU incompleet en economisch suboptimaal achterlaten. Maar Brexit is geen incident en de Britten geen uitzondering. De culturele integratie van Europa gaat voor velen veel te snel. Overal in Europa staan populisten klaar om de Europese Unie uit de weg te ruimen en om zich achter de landsgrenzen in te graven tegen dat onbestemde buitenland. Europa weet wat van zoiets komt.

Dit artikel is verschenen bij Europe Calling! op 26 april 2017.