Samenleven

Laat homoseksualiteit inklinken

23 januari 2012 – Homoseksualiteit wordt door een groot deel van de heteroseksuelen gezien als iets dat gangbaar is. Echter, door te reageren op ieder incident, wordt het anders-zijn van homo's benadrukt. Juist dat doet hun zaak geen goed.

Zo nu en dan laait de discussie weer op over de houding van sommigen jegens homoseksualiteit. Meestal is de aanleiding een uitspraak van een geestelijke, die homoseksualiteit als ongewenst beschouwd. Zo ook vorige week. Rabbijn Ralbag liet in het NRC Handelsblad van afgelopen dinsdag optekenen dat homo’s beter in therapie gaan, willen ze volgens de Bijbel leven. Dit maakte de gebruikelijke reflex los, waarbij ‘we’ stellig afstand nemen van dit soort uitspraken. Homoseksualiteit ligt ook bij niet-geestelijken gevoelig.

De discussie is meestal gebaseerd op de ‘afwijkende conditie’, die homoseksuelen onderscheid van anderen. Voor sommigen is die conditie een dwaling, die zijn oorsprong vindt in een educatief manco of gebrek aan tucht. Anderen zoeken het bewijs in de fysieke constructie van het brein. Het is een zoektocht naar antwoorden die waarschijnlijk geen einde kent. Belangrijker is hoe dat we ermee omgaan. Dat homoseksuelen op seksueel gebied afwijken van heteroseksuelen, kunnen we verschillend waarderen.

Onze visie op seksualiteit in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder is deels bepaald door dat wat onze voorouders bedacht hebben. Religie is de conservator van oude gebruiken en regels. Het mensbeeld van toen wordt hiermee over de hedendaagse samenleving gelegd. Anderzijds, hebben we ons de afgelopen vijftig jaar juist proberen los te maken van deze regels en gebruiken. De huidige strijd over de omgang met homoseksualiteit ligt daarmee in het verlengde van de strijd over deïnstitutionalisering en verklaart de gevoeligheid.

Daar waar in de afgelopen decennia positieve discriminatie is toegepast om minderheden een zekere plek in de samenleving te geven, is er de laatste jaren een tegenbeweging aan het ontstaan die deze voorkeursbehandeling wil stoppen. De samenleving in zijn geheel kijkt anders aan tegen minderheden als voorheen; er is behoefte aan meer uniformiteit. Deze terugtrekking lijkt ruimte te scheppen voor conservatieve bewegingen die pogen om de oude regels weer in te stellen. Toch hoeft dat niet zo te zijn.

De typische reactie op vermeende homo-onvriendelijke uitlatingen is er één van verontwaardiging. Homoseksuelen, politici, media en andere betrokkenen weten dat religieuze instituten afkeurend naar homoseksualiteit kijken. Vanwaar de behoefte om hier iedere keer weer op in te gaan? Het zorgt ervoor dat er een soort van collectieve vermoeidheid ontstaat, waar mensen afhaken of zelfs de andere kant kiezen. Als men een meer volwassen rol zou aannemen, homoseksualiteit als meer gevestigd in de samenleving zou zien, dan zou het bestaansrecht niet zo bevochten hoeven te worden.

Bovendien, in het licht van de maatschappelijke veranderingen die plaatsvinden, zou het beter zijn om zich niet te beroepen op de uitzonderingspositie, maar juist op de geldende wetten en normen. Onze samenleving biedt een grote mate van vrijheid en bescherming aan individuen. Zolang de staat neutraal blijft op het gebied van geaardheid en geloof, staat het eenieder vrij zich te uiten zoals hij wil. En als dat betekent dat sommige religieuze instellingen liever geen homoseksuelen in hun midden hebben, dan is dat zo. Het staat homoseksuelen echter ook vrij om zich van een religie af te scheiden en om eigen standpunten te bepalen.

Homoseksualiteit wordt na decennia van emancipatie door een groot deel van de heteroseksuelen gezien als iets dat anders, maar gangbaar is. Er zullen altijd uitzonderingen zijn, waar mensen of groepen liever afstand houden tot homoseksuelen. Deze mensen hoeven niet bekeerd te worden. Zolang ze maar de geldende regels in acht nemen, kunnen we vreedzaam co-existeren. Door op ieder incident te reageren, blijven de homo’s een aparte, semigeïntegreerde groep en wordt daarmee de aandacht gevestigd op het anders-zijn. Juist dat doet hun zaak geen goed.