De stem van Limburg

19 maart 2017 | Commentaar – Ondanks het grote aantal PVV-stemmen in Limburg, blijft het effect ervan landelijk gezien klein. De Limburgse onvrede is vooral dat: Limburgs.

Als alleen Limburg voor de Tweede Kamerverkiezingen zou hebben gestemd, dan zou de PVV van Geert Wilders met zo’n 30 zetels in het parlement zijn gekomen. Nu zijn dat er ‘slechts’ twintig. In maar één van de 33 Limburgse gemeenten werd minder op de PVV gestemd dan in de rest van het land. In alle andere 32 gemeenten werd tot zelfs twee keer zo vaak op die partij gestemd als elders het geval is. Het protest is groot, toch gaat dat Limburg niet helpen. Een oplossing voor de huidige onvrede moet uit de provincie zelf komen.

Invloed

Hoeveel meer zetels, denkt u, heeft de PVV gehaald uit die 6,5% aan extra stemmen die uit Limburg kwamen? U mag kiezen uit 0 of 1. De PVV vergaarde in Limburg dan wel 19,5% van de stemmen versus 13% over het hele land bezien, als je die extra stemmen uit Limburg uit het landelijk gemiddelde haalt, dan kost de partij dat slechts 0,45% aan stemmen. En wetende dat voor één zetel ongeveer 0,65% van de stemmen nodig is, dan komt het dus aan op afrondingsverschillen om te bepalen of het effect 0 of 1 zetel(s) zal zijn geweest.

Voor die beperkte invloed zijn twee redenen aan te dragen. Zo lag de opkomst in Limburg ongeveer 3% lager dan het landelijk gemiddelde. Zou de opkomst net zo hoog zijn geweest als landelijk, én al die extra stemmen naar de PVV zijn gegaan, dan zou dat de partij nog steeds maar 0,24% hebben verder geholpen. Genoeg om er definitief 1 in plaats van 0 zetels van te maken. Wat trouwens opvalt is dat het opkomstpercentage vaak lager is daar waar veel PVV gestemd wordt, wat al doet vermoeden dat het aantal PVV-stemmen nog geflatteerd is.

Aandacht

Een groter effect gaat echter uit van de relatief kleine omvang van de provincie. De Antillen voor het gemak daargelaten zijn er in Limburg 19% minder kiesgerechtigden dan je zou verwachten op basis van de simpele berekening dat Limburg één van de twaalf provincies is. Daarmee is trouwens niet gezegd dat met meer kiesgerechtigden ook de PVV-stem 1-op-1 groter wordt, maar wel dat de provincie te klein is om met afwijkend stemgedrag landelijk een duidelijk verschil te maken. Iets dat met de vergrijzing er zeker niet beter op zal worden.

We moeten dan ook niet raar opkijken als de Limburgse onvrede niet op veel aandacht uit ‘Den Haag’ kan rekenen. Proteststemmers in Limburg zijn zo dan ook overgeleverd aan de onvrede elders. Als die daar groeit, dan vergroot dat de kans dat ook Limburgers gehoord worden. Zolang dat echter niet het geval is, is de onvrede in Limburg vooral een probleem daar en bestaat het risico dat we volgende generaties van eerder laagopgeleide Limburgers hun kinderen de zwartgallige variant van ‘Limburg, je zult er maar wonen’ laten bijbrengen.

Behoudend

Maastricht, Venlo, Sittard-Geleen, Parkstad en Roermond eigenlijk ook. De PVV is overal de grootste en niet zonder reden. Limburg is buitengebied, waar het tempo lager ligt en de mens behoudender is. Een Limburger vindt zijn wereld eerder prima zoals die is en ziet geen uitdaging in het experimenteren met het laten samensmelten van culturen. Of in het optuigen van een participatiemaatschappij als de economie toch al niet te sterk is. Als Wilders die Limburgers niet bij de hand mag nemen, wie zet zich dan voor hen in?