Een Europa voor iedereen

20 oktober 2016 | Essay – Europa moet de focus verleggen van competitie op de vrije markt naar meer solidariteit en regionale culturele eigenheden laten floreren.

De vereconomisering van de samenleving is inmiddels zover doorgeslagen dat burgers in toenemende mate bereid zijn de rechtsstaat en democratie op te offeren voor een samenleving waarin iedereen telt. Deze revolte tegen de gevestigde orde en globalisering treft Europa in het hart, aangezien de samenwerking er vooral economisch van aard is, terwijl de legitimiteit van instituten meer dan ooit betwist wordt. Willen we niet terug naar een Europa van landen in conflict, dan moet Europa diens visie op mens en maatschappij radicaal herzien.

Verpauperen

Het is te begrijpen dat er een tegenbeweging op gang is gekomen tegen globalisering. Handelsverdragen, zoals die met de VS (TTIP) of Canada (CETA), zijn net zo gunstig als ze ongunstig zijn. Gunstig omdat ze economische voorspoed brengen, ongunstig omdat de ermee gepaard gaande specialisatie en hypercompetitiviteit voortdurend aanpassing vragen. Globalisering staat zo synoniem voor leren voor het leven, technologisch bijblijven en middels een eindeloze efficiëntieslag meer produceren voor minder.

Als iedereen zich even goed en snel aan nieuwe omstandigheden zou kunnen aanpassen, dan zouden de opbrengsten van internationale handel evenredig verdeeld worden. In de praktijk is dat echter niet zo. De afgelopen decennia hebben vooral Aziatische arbeiders geprofiteerd, terwijl bijvoorbeeld Nederlandse laaggeschoolden achterbleven. En in Europa zijn Duitsland en Nederland zo dominant geworden dat het zuiden van het continent dreigt te verpauperen onder de vaste wisselkoers die de euro is.

Solidariteit

Die dominantie is voor een gezamenlijke munt als de euro de doodsteek. Wij wilden die euro alleen voor het economisch gewin en dachten de bijbehorende Europese solidariteit met regels te kunnen afhouden. Ook nu houden we die nog steeds krampachtig af door de Grieken zich met leningen cultureel naar ons beeld te laten vormen. We vergroten daarmee echter de kans dat de euro en Europa omvallen, en ook wij verliezen, terwijl die solidariteit er middels schuldenverlichting linksom of rechtsom toch wel zal komen.

Dit soort kortzichtige zelfzuchtigheid is ons mens-zijn steeds meer gaan bepalen. We streven naar maximale opbrengst en minimale kosten omdat de winst die we boeken de graadmeter van het succes van onze samenleving is. En dat succes groeit verder met de groei van de economie. De mens wordt daarbij nogal gereduceerd tot productiefactor, waarbij we als consument onbegrensd materieel geluk lijken te kunnen nastreven, terwijl we feitelijk als arbeiders daarvoor de rekening moeten betalen.

Gemeenschapszin

Voor zij die de globaliseringsboot gemist hebben geldt zelfs dat niet meer. Die moeten zich immers als arbeider blijven inzetten, terwijl anderen van dat werk profiteren. Of ze worden vervangen door machines of arbeidskrachten van buiten, terwijl onderlinge solidariteit het aan het afleggen is tegen de zelfredzaamheid van de participatiemaatschappij. Het is dan ook niet gek dat de PVV, Rusland en Trump zo populair zijn. Die proberen immers van de samenleving weer een collectief met gemeenschapszin te maken, op welke manier dan ook.

Europa moet dringend invulling gaan geven aan een verlangen naar saamhorigheid en eigenheid. Enerzijds door economisch de focus te verleggen van een competitieve vrije markt naar meer solidariteit. Mét inperking van het vrije verkeer van mensen. Anderzijds door regionale culturele eigenheden te promoten en lokaal te laten floreren. Europa is er om volkeren vreedzaam met én naast elkaar te laten leven. Met Brexit heeft het daarin al verzaakt. Als het Europa niet lukt een breder publiek te bedienen, dan is het er straks terecht niet meer.

Dit artikel is verschenen bij Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad op 28 oktober 2016.