Europa moet durven loslaten

3 december 2016 | Essay – Europa moet niet nog meer 'exits' riskeren door alles of niets te blijven spelen, maar accepteren dat integratie voorlopig op zijn retour is.

Hoe anders was het sentiment vijfentwintig jaar geleden, toen het Verdrag van Maastricht van Europa een Europese Unie maakte en de euro als ultiem symbool van verbroedering het continent bijeen zou houden. Van die euforie van net na de val van de Berlijnse muur is nu niets meer over. Europa wordt meegesleurd in een populistische revolte tegen alles wat maar van buiten komt. Waar de Europese Unie juist bedoeld was om polarisatie en conflict te overstijgen, daar zorgt ze nu zelf voor een tweedeling in samenlevingen.

Achteraf weten we natuurlijk altijd alles beter. De euro werd met een te roze bril ingevoerd en bleek belangrijke economische fundamenten te missen. De uitbreiding in en na 2004 met landen uit het voormalige Oostblok maakte de club niet alleen onbestuurbaar, maar liet conservatieve en homogene bevolkingen uit Oost-Europa botsen op een liberaal en cultureel divers westen. En of dat nog niet genoeg was, zijn daar inmiddels het conflict met Rusland in en buiten Oekraïne, de vluchtelingencrisis en het terrorisme uit het Midden-Oosten en Brexit bijgekomen.

Hyperglobalisme

De machteloosheid in Brussel laat zich inmiddels vatten door het adagium dat crises Europa uiteindelijk altijd wel weer sterker maken. Maar na Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten zouden we daar maar beter niet op rekenen. In vrijwel alle Europese landen zijn er onafhankelijk van elkaar populistische bewegingen ontstaan die voorzien in een behoefte naar meer samenhang, naar een wereld waarin de eigen identiteit weer mag opleven en mensen zich economisch niet langer uitgeleverd voelen.

Zo’n tegenreactie op de dominante ideologische stroming van het moment is van alle tijden. Het hyperglobalisme van nu vraagt immers nogal wat van de zelfredzaamheid van mensen. Sociale voorzieningen worden uitgekleed ten faveure van de efficiëntie van de private sector, terwijl mensen van ver weg zich onaangepast nestelen in wat ooit de eigen cultuur was. Door de snelheid waarmee die veranderingen plaatsvinden, en de (vermeende) oneerlijke verdeling van lusten en lasten, neemt het draagvlak voor zo’n samenleving al snel af. En dat zal niet beter worden naarmate de vergrijzing vordert en de aanpassingsbereid alleen nog maar verder afneemt.

Kantelpunt

Europa is dat hyperglobalisme op continentale schaal. En zo was het ook bedoeld. Wat begon met een gemeenschap van zes landen die probeerden de productie van oorlogstuig te overzien, en daarmee een nieuwe catastrofe als de Tweede Wereldoorlog te voorkomen, is uitgegroeid tot een gemeenschap van 28 lidstaten die langs economische weg nader tot elkaar zijn gekomen. Met het Verdrag van Schengen werden eerst de fysieke barrières geslecht, met het Verdrag van Maastricht vervolgens definitief de economische.

Het logische vervolg zou een volwaardige politieke unie zijn geweest, ware het niet dat de plannen daartoe de prullenbak in konden nadat Nederland en Frankrijk tegen een Europese grondwet stemden. Europa dobbert daardoor nu richtingloos rond, terwijl crises aan alle kanten aan het continent trekken. In die chaos lijken we nu op het kantelpunt te treffen, waar pro-federale krachten het afleggen tegen de reactionaire tijdgeest.

Boeman

Het gevaar is nu dat de over de jaren opgebouwde onvrede straks met volle kracht over het continent uitstroomt en we zo van het ene naar het andere uiterste gaan. Van een verenigd Europa als verzekering tegen destructie en oorlog binnen naar een Europa dat achter de nationale linies verstopt de gevaren van buiten niet meer wil zien. Het is door de macht van het getal dat Europa relevant is gebleven in een wereld waar alles groter is geworden. Wil het continent niet van buiten opgeslokt worden, dan moet het intern de rijen sluiten.

Een goed begin daartoe zou het herzien van de economische basis zijn. Europa heeft als neoliberale boeman hervormingen voor de lidstaten afgedwongen die ze zelf niet verkocht kregen. Eind jaren tachtig was het immers een feit dat globalisering, individualisering en de vrije markt de nieuwe norm zouden worden, een lot onafwendbaar na de sociale revolutie van de jaren zestig en de economische stasis van de jaren zeventig en begin tachtig. Maar juist doordat Europa zich daarmee zo vereenzelvigde, is het de belichaming geworden van een mensbeeld, dat de mens als een op zichzelf aangewezen wezen laat zien.

Solidariteit

Europa heeft zich vervolgens met dat beeld volledig gestort op de mens als consument, terwijl diezelfde mens het als arbeider zelf maar moest zien te rooien. Voor de eerste werden de grenzen opengegooid en handelsverdragen gesloten om niet alleen meer, maar ook geavanceerdere producten tegen een lagere prijs te kunnen aanbieden. De laatste betaalt daar nu zelf de rekening voor. Die moet immers leren voor het leven en blijven innoveren om de concurrentie aan te kunnen, terwijl lonen achterblijven en (verborgen) werkloosheid voortdurend op de loer ligt.

Wil Europa aansluiting houden met de burger, dan moet het zich meer gaan bekommeren om de mens als arbeider en onderlinge solidariteit boven de efficiëntie van de markt stellen. In principe had dit een taak voor de Europese Unie zelf kunnen zijn, ware het niet dat die het anti-Europese sentiment zo heeft laten aanwakkeren, dat daarmee een verdere overdracht van soevereiniteit aan Brussel zo goed als uitgesloten is geworden. Voor de hand ligt het nu dan ook om de omgekeerde weg te bewandelen en de lidstaten zelf vorm te laten geven aan dit nieuwe economische protectionisme.

Socialer

Zo’n stap terug is dan wel zonder precedent, maar de onvrede borrelt al zo lang dat er inmiddels democratische meerderheden ontstaan voor het annihileren van de Europese samenwerking zoals we die nu kennen. En zolang dat socialere Europa er nog niet is, zal de Europese Unie in de verdrukking blijven. Die kan hoogstens nog aan zelfbescherming doen en zich van het economische terrein vandaan gaan richten op een kleinere gemene deler, zoals bijvoorbeeld het vreedzaam (naast elkaar) laten bestaan van volkeren en het beschermen van de waarden die de basis van onze beschaving vormen, zoals democratie, de rechtsstaat en individuele vrijheden.

Bij Brexit koos Europa voor de integriteit van de interne markt en legde daarmee de bijl aan de wortel van de Europese Unie. Groot-Brittannië mag dan misschien eigenaardig zijn, een uitzondering is het zeker niet. Ook in Frankrijk en Italië viert het anti-Europese sentiment hoogtij. Samenlevingen gaan door hun progressieve en regressieve fasen. In plaats van alles of niets te blijven spelen en zo nog meer ‘exits’ te riskeren, moet Europa accepteren dat Europese samenwerking voorlopig op zijn retour is. Het is nu eerst aan de lidstaten om het gat te vullen dat de geïmplodeerde sociaaldemocratie heeft achtergelaten, alvorens Europa weer kan gaan denken aan een heropleving van onderop.

Dit artikel is verschenen bij Europe Calling! op 2 december 2016.