Geen euro zonder solidariteit

10 april 2017 | Essay – De euro is er om cultureel te verbroederen, niet om via het recht van de economisch sterkste Duitsland tot opper-Europeaan te kronen.

Het streven was nobel. De euro zou het tastbare bewijs worden van eenheid op het Europese continent. De economische voordelen zouden daarbij zo zijn, dat iedereen er op vooruit zou gaan. Anno 2017 denken we daar inmiddels helemaal anders over. De Grieken liggen al ruim zes jaar aan het infuus en overal zwelt de populistische roep aan om de euro weer in te ruilen voor D-Marken, Francs of Guldens. Een voorstel niet zonder waarde, gezien al het kunst- en vliegwerk dat nodig is om de euro niet te laten wegzakken in diens drassige ondergrond.

Sluitpost

Een gemeenschappelijke munt zorgt er in de regel voor dat goederen en diensten overal net zo duur zijn. De wisselkoersen van de negentien landen in de eurozone zijn immers bij de invoering van de euro vastgezet, waardoor prijzen direct vergelijkbaar zijn geworden en handelsstromen tussen landen eventuele verschillen op termijn laten verdwijnen. Zo zou dezelfde computer in Italië evenveel moeten kosten als die in Duitsland, waarmee beide landen dan ook net zo concurrerend op de wereldmarkt zijn.

De praktijk is echter complexer. De afzonderlijke eurolanden kijken van oudsher verschillend tegen wisselkoersen aan. Zo hechten landen als Duitsland en Nederland sterk aan een stabiele wisselkoers, terwijl elders de wisselkoers nogal eens wordt gezien als een economische sluitpost, waarmee prijsstijgingen en verliezen in competitiviteit middels een waardedaling worden opgevangen. Bij een vaste wisselkoers kan dat niet meer. Door dit te lang te ontkennen hebben sommige landen zich daarmee dan ook uit de markt geprijsd.

Vroege dood

Als gevolg hiervan is er een Europa van verschillende snelheden ontstaan, met Duitsland en andere noordelijke landen als economische motor, terwijl het zuiden probeert dat steeds verder weglopende noorden bij te benen. Dat vergt grote offers in termen van dalende koopkracht en hoge werkloosheid, zoals de Grieken en Spanjaarden kunnen getuigen. Maar ook de Fransen en Italianen wanen zich zo al twee decennia verloren, terwijl Duitsland en Nederland het ene economische succes na het andere vieren.

Een monetaire unie is geen lang leven beschoren als iedereen op zijn eigen manier naar de economische werkelijkheid kijkt. Iets waar bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht en in de periode daarna te weinig rekening mee is gehouden. Er is te gemakkelijk vanuit gegaan dat de euro wel voor de solidariteit zou zorgen waarop de monetaire unie zou kunnen steunen. Het tegenovergestelde is gebeurd: door een gebrek aan solidariteit vooraf en de te snelle invoering van de euro dreigt de monetaire unie juist een vroege dood te sterven.

Gedwongen aanpassing

Solidariteit is de lidstaten echter niet vreemd. Want ook al voor de invoering van de euro waren de individuele landen zelf kleine monetaire unies, waar de zwakke regio’s – vaak het platteland – net zo goed leden onder het succes van sterkere, wanneer die met hun economische succes de waarde van de munt opdreven. Dat die zwakke regio’s vervolgens niet via loonsverlagingen en met bezuinigingen in armoede zijn vervallen komt door een gevoel van solidariteit, dat zich uit in de vorm van uitkeringen en vestigingssubsidies voor bedrijven en door bijdragen aan infrastructuur en onderwijs.

Bij de creatie van de euro is enige vorm van solidariteit echter a priori uitgesloten. De monetaire unie is nadrukkelijk op de leest van Noord-Europa geschoeid, met een onafhankelijke centrale bank en strikte begrotingsregels. Daarmee heeft de gemeenschap van het katholieke zuiden het afgelegd tegen het individualisme van het protestantse noorden. Je zou zelfs kunnen stellen dat het zuiden zich willens en wetens heeft overgegeven aan de gedwongen culturele aanpassing die zou komen en nu met leningen wordt afgedwongen.

Eigen gewin

Het laat zich raden wat dit gaat betekenen voor het draagvlak voor de euro. In het noorden is de munt er vooral voor het eigen economische gewin, een doel ondermijnd door interne instabiliteit en hulpverzoeken uit het zuiden. En in het zuiden zullen ze eens concluderen dat de hervormingen pas stoppen als ze zich cultureel helemaal naar het noorden hebben gevoegd. In dat proces zullen zij die kunnen, wegtrekken, landen zo nog armer achterlatend, terwijl ze in het noorden dan in een wereld terechtkomen waar immigratie toch al impopulair is.

Voor wie nu denkt beter af te zijn zonder euro, die moet niet vergeten dat voor het verlaten van de eurozone een rekening betaald moet worden. Zo zullen de verstrekte leningen door devaluaties van de geherintroduceerde valuta minder waard of uit rancune niet afbetaald worden. Hetzelfde geldt voor claims die nog in het bancaire systeem openstaan. Ook is de Europese integratie zover gevorderd, dat wanneer de euro rafelt dit economieën zal ontwrichten. Daarbij zal de herintroductie van een nationale munt een enorme operatie zijn.

Morele crisis

Toch is de kans desondanks groot dat de euro (deels) omvalt. Niet alleen lopen zich inmiddels zat populisten warm die hoe dan ook de stekker uit de munt willen trekken, ook zijn de economische fundamenten zo scheef komen te staan dat een kleine schok alles zomaar in chaos kan laten eindigen. Maar dat wil niet zeggen dat het ook gebeurt. De euro is een weg en geen punt. Bedoeld om volkeren zich met elkaar bezig te laten houden ten einde ze de waarde van samenwerken boven samen sterven te laten ontdekken.

De crises waar de euro en de monetaire unie doorheen gaan zijn dan ook geen economische, maar morele. En ze vinden hun oorsprong niet in het zuiden van Europa, maar in het noorden waar landen als Nederland en Duitsland de gemeenschappelijke munt hebben gereduceerd tot iets praktisch dat moet renderen. Een gemeenschap vraagt echter bereidheid tot het brengen van offers, altruïsme op de korte termijn waar een samenwerking op lange termijn beter van wordt. Een gedachte waarmee zelfs anti-Europese populisten inmiddels goed scoren.

Opper-Europeaan

De euro is er voor culturele doeleinden, om te verbroederen, niet om via het recht van de economisch sterkste Duitsland tot opper-Europeaan te kronen. Als het noorden van Europa niet verder komt dan het nauwe eigenbelang, en het nalaat om schulden kwijt te schelden, achtergebleven landen met (voldoende) investeringen in bijvoorbeeld onderwijs en innovatie sterker te maken en om zwakke regio’s met industrieel beleid of subsidies te steunen, dan is er geen basis voor de euro. Zonder onderlinge solidariteit is namelijk geen enkele munt een lang leven beschoren.

Dit artikel is verschenen bij Europe Calling! op 15 maart 2017.