Waarvoor is dat terrorisme eigenlijk?

24 maart 2016 | Nieuwsanalyse – Terrorisme is meer dan alleen angst zaaien. Het is het bedrijven van politiek door een minderheid op een wel heel gewelddadige manier.

Als terroristen ons alleen bang zouden willen maken, dan zouden ze ook ’s nachts als spook verkleed langs de huizen kunnen gaan. Terrorisme is meer dan alleen angst zaaien. Het is het bedrijven van politiek door een minderheid op een wel heel gewelddadige manier. Dat laatste is ook nodig, aangezien de minderheid niet de middelen heeft om langdurig oorlog te voeren met de meerderheid. Het effect van één aanslag moet dan ook zo groot mogelijk zijn.

Macht

Terrorisme gedijt alleen als aan twee voorwaarden is voldaan. Zo vereist het een groep mensen met een visie op samenleven die ver af staat van wat er in de samenleving op dat moment gebruikelijk is. Daarnaast vraagt het activisme, een onvoorwaardelijke bereidheid om tot actie over te gaan. Bij terrorisme gaat het dan ook vrijwel altijd om een kleine groep mensen die op de één of andere manier in de marge van de samenleving terechtkomen, waartegen ze dan rebelleren. Wil zo’n groep toch impact hebben, dan moet het activisme buitengewoon groot zijn. Dat verklaart de gewelddadigheid en de bühne dat voor het geweld wordt gekozen.

Net als in de reguliere politiek gaat het terroristen uiteindelijk om de macht. Met macht kan een visie op samenleven immers worden omgezet in daadwerkelijk beleid, regels, waarden en normen. De Islamitische Staat – IS of ISIS – zet daarom terroristen in om aan invloed te winnen. Die zijn succesvol als ze met het geweld meer sympathisanten trekken. Immers, hoe meer sympathisanten, hoe salonfähiger een groep wordt die tot dan vooral in de marge bestaat. Anderzijds moeten het machtsvertoon en het asymmetrische geweld – tegen ongewapende tegenstanders – helpen om de overgrote meerderheid op de knieën te krijgen. Wanneer die toegeeflijk wordt, dan vergroot ook dat de macht.

Wat IS nu doet, is vergelijkbaar met wat een aantal Molukkers in 1977 met de treinkaping probeerden en met wat de IRA (Noord-Ierland), RAF (Duitsland) en ETA (Spanje) ook jaren deden. Wat wel anders is, is de mate waarin terroristen bereid zijn om hun leven te geven en de schaal waarop aanslagen plaatsvinden. Dat maakt het huidige terrorisme onnavolgbaarder en angstaanjagender.

Betekenis

Zonder diepere betekenis heeft terrorisme geen zin. Er moet iets zijn om voor te leven of voor te sterven. Feitelijk gaat terrorisme over zingeving en het aankleden van het aardse bestaan. De meeste terroristen zullen dan ook gerekruteerd kunnen worden in omgevingen waar het aardse bestaan weinig zin lijkt te hebben of waar bepaalde mensen uitgesloten of verward achterblijven in een samenleving.

Het is niet verwonderlijk dat het terrorisme vooral in Afrika en het Midden-Oosten gedijt. En wat is er niet krachtiger dan een geloof dat houvast biedt in een wereld die enerzijds zo verloederd lijkt en waar anderzijds buitenlandse mogendheden te pas en te onpas in- en uitlopen. Het dominante geloof in die gebieden is nu eenmaal de islam en dus ligt het voor de hand dat terroristische groeperingen er zich door laten inspireren dan wel dat ze het als cover gebruiken om politieke doelen te bereiken.

Oorlog

Terrorisme is terrorisme vanwege het kleinschalige karakter en de daarmee samenhangende manier van werken. Wordt de groep echter groter, dan zal ook diens invloed toenemen en zullen er meer middelen tot de beschikking komen. Uit terrorisme kan dan een beweging ontstaan die het niet meer hoeft te hebben van incidentele aanslagen, maar die zich kan bezighouden met het voeren van oorlogen. Een terroristische organisatie wordt zo een guerrillabeweging – guerrilla is Spaans voor ‘kleine oorlog’. Een voorbeeld daarvan is de FARC in Colombia, dat zich in de jungle verschuilt, drugs exporteert en in ruil daarvoor wapens koopt om hun politieke doelen te bereiken.

Iets soortgelijks probeert IS in Syrië, Irak en in toenemende mate ook Libië. De Islamitische Staat heeft niet alleen land nodig om een kalifaat over te kunnen uitroepen, het heeft net zo zeer een basis nodig van waaruit logistiek te opereren als een plek waar het zich economisch kan bedruipen. Olie is in dit geval het exportproduct dat voor inkomsten zorgt, waarmee strijders betaald worden en wapentuig aangeschaft.

Doel

Macht zonder betekenis leidt nergens toe. De vraag is dan ook wat terroristen en/of IS nu proberen te bereiken met het plegen van aanslagen. Als we uitgaan van de religieuze betekenis, dan zou het kalifaat moeten afrekenen met de ongelovigen – waartoe het overgrote deel van de wereld gerekend kan worden, waarbij of waardoor zij die wel geloven in de strijd ten onder gaan en door Allah in het hiernamaals worden beloond met een goed leven.

De vraag is alleen of die visie strategisch ook in Europa haalbaar is. IS probeert immers met relatief beperkte middelen een continent te bestoken, dat niet alleen veel meer inwoners heeft dan IS sympathisanten, ook heeft dat continent de technologische middelen om veel slachtoffers onder strijders te maken zonder daarvoor zelf met mensenlevens te moeten betalen. En het risico van te ver rijken is jezelf decimeren.

De hele strategie steunt bovendien op het terrorisme alleen. Er is geen leger, geen modern wapentuig (vooralsnog) waarmee ook daadwerkelijk terrein in Europa kan worden veroverd, laat staan worden gehouden. Het vertrouwen in eigen kunnen is hoog, net als het vertrouwen dat aanslagen alleen al zouden kunnen zorgen voor een schifting tussen moslims en andere Europeanen. Het idee is dat die moslims zich massaal onderwerpen aan het kalifaat of anders met de ongelovigen sterven. En de moslims die IS wel steunen, die zouden van een kleine minderheid dan een iets grotere moeten maken. Maar of dat voldoende is voor de overwinning?

Reacties

Over het algemeen zijn er twee gangbare reacties op terrorisme.

Zo zijn er Europeanen voor wie het terrorisme eigen politieke doelen dient. Aangezien het terrorisme in naam van een geloof plaatsvindt, is dat geloof inherent gewelddadig en worden aanhangers ervan gezien als paarden van Troje, waarmee het geweld via moslimminderheden in de samenleving wordt geïmporteerd. De enige oplossing daartegen is het buitenhouden van nog meer moslims en het versneld assimileren van anderen. Zo wordt er dan voor culturele homogeniteit gezorgd waarmee orde in de chaos wordt gecreëerd. Een benadering die vooral onder nationaal-conservatieven populair is, waaronder dan ook de opkomende protestpartijen in de westerse wereld.

Aan de andere kant vinden we mensen krampachtig op zoek naar afkeuring door de moslimgemeenschap. Immers, als die het geweld afkeuren, dan maakt dat de groep potentiële terroristen kleiner en vermindert dat onze angst. Dan zijn ‘ze’ tenminste niet allemaal a priori gewelddadig tegen ‘ons’. Maar met al die stromingen binnen en interpretaties van de islam is die moslimgemeenschap niet een samenhangende geheel en blijft het onveilige gevoel. En wat we daarbij al helemaal niet willen horen, is dat er moslims zijn die er geen mening over hebben of het geweld zelfs ergens wel kunnen begrijpen. Het is een reactie uit angst, die nietsontziend over de pluriforme samenleving walst.

In beide gevallen ontstaat zo wel de frictie waar IS naar op zoek is, waarmee aanslagen een effectief middel vormen om druk te zetten op westerse samenlevingen.

Oplossingen

Terrorisme is van alle tijden. Net als bij criminaliteit vergt het een voortdurende strijd tegen de misbruik van macht door een kleine minderheid. Terrorisme lossen we dan ook niet permanent op, maar het kan wel zo klein mogelijk gehouden worden.

Eén oplossing is de aanpak van het probleem bij de bron. Radicalisering vindt plaats op plekken waar het zonlicht allang niet meer geschenen heeft. In achterbuurten in Europa of in landen ver weg die voortdurend in geweld verzinken. Zo’n aanpak vraagt geduld en vergt middelen, waarbij de resultaten pas na lange tijd zichtbaar worden. Gemiddeld genomen hebben samenlevingen echter niet zoveel tijd, bovendien komen er steeds weer nieuwe brandhaarden bij die net zoveel aandacht vragen. Deze aanpak lijkt dan ook het meest effectief dichtbij huis, waar de kiezers die voor draagvlak moeten zorgen ook de resultaten van het werk zien.

Een andere is de aanpak van de aantrekkingskracht van terroristische organisaties. Het idee is om het romantische verhaal van al zijn romantiek te ontdoen. Dat kan bijvoorbeeld door terroristen in hun ‘land’ te bombarderen, maar ook door berichtgeving via sociale media te verstoren dan wel om er een alternatief verhaal naast te zetten. Ideologie kun je uiteindelijk niet bombarderen. De vraag is of het uiteindelijk tot een annihilatie van IS moet komen, of dat het gevaar moet worden teruggebracht tot kleinere proporties, waarmee de gewelddadige uitlaatklep die terrorisme vormt gecontroleerd kan worden. Voor dat laatste valt zeker iets te zeggen, wetende dat de ene terroristische groepering uiteindelijk de andere opvolgt.

De derde oplossing ligt bij binnenlandse veiligheid. Die begint bij een degelijke grensbewaking – in dit geval aan de buitengrenzen van de EU – en zou eindigen bij een verfijnde samenwerking tussen veiligheidsdiensten en politie. Daarbij hoort dan ook het vooraf afwegen van kosten en baten, waarbij vrijheid al dan niet wordt ingeruild voor indringende veiligheidsmaatregelen. Door aanslagen groeit de roep om die balans te laten verschuiven in de richting van veiligheidsmaatregelen, terwijl dat wel terroristen in de kaart speelt. Die willen immers een manier van leven ombuigen.

En dan is er nog altijd gewenning en acceptatie. Die komen vanzelf naarmate we langer met terrorisme geconfronteerd gaan worden. Zeker is in ieder geval dat we de relatieve vrede waarin we na de val de Berlijnse muur hebben geleefd voorlopig niet gaan terugzien. Naarmate de impact van aanslagen op ons echter afneemt en de voorgenoemde oplossingen hun vruchten afwerpen, neemt wel de effectiviteit van terrorisme als instrument af.

Leven met terreur

Met de aanslagen in Brussel schieten we meteen weer in de vertrouwde reflex. Eerst is er het afgrijzen, dan de verontwaardiging en vervolgens zwelgen we in een gevoel van saamhorigheid. De aanslagen maken vooral duidelijk dat we nog steeds niet goed weten hoe met terrorisme om te gaan. Hier drie ideeën.

Berust in het lot
Op het moment dat aanslagen plaatsvinden kunnen we niets anders doen dan ze laten gebeuren. Het is aan de veiligheidsdiensten en politie om de zaak te de-escaleren en voor veiligheid te zorgen. Niet iedere achtergelaten rugzak of omgevallen zak suiker is het begin van het einde der tijden. Terrorisme is vooral effectief daar waar het indruk achterlaat. Terroristen gaan niet door heel veel moeite om zich ergens op een lege weekmarkt in een dorp op te blazen. Laat je niet gek maken door je eigen angstgevoelens.

Ga iets anders doen
Na de aanslagen staan de media bol van ooggetuigenverslagen en de meest gruwelijke foto’s. De mens is nieuwsgierig en kijkt naar zaken die ie achteraf misschien liever niet gezien had. Ga iets anders doen, leid jezelf af. Ga tuinieren, stofzuigen of bowlen met vrienden. Dat is de manier om aanslagen het snelst weer te boven te komen en verder te leven alsof ze er niet zijn geweest. Verdrink jezelf niet in de berichtgeving in de media. Houd jezelf niet bang.

Veins geen medeleven
Wanneer we na een aanslag onze profielfoto op sociale media veranderen of voor de zoveelste keer claimen je suis nog iets of iemand te zijn, dan zijn we vooral bezig eigen angsten te verwerken en niet met het lot en leed van de direct betrokkenen. De drang naar saamhorigheid is er om beschutting te vinden voor het gevaar voor eigen leven. Veins dan ook geen medeleven met mensen buiten je kring, maar onderneem iets ter afleiding met mensen binnen je kring. Door te zwelgen in saamhorigheid tonen we ons in ieder geval iedere keer weer erg ontwricht. En dat is precies waarvoor terrorisme bedoeld is.