Liever dier dan mens

23 juli 2013 | Opinie – Na de ontkerkelijking lijkt de mens door de verdergaande ontbloting van het lichaam meer toe te zijn gaan geven aan zijn dierlijke driften.

Halfnaakt voor ‘t altaar kopte een krant afgelopen week. In het artikel werden de impliciete kledingvoorschriften besproken zoals die vroeger golden in de huizen van God. Bij het artikel was een foto geplaatst van een toevallige voorbijgangster, die daarmee meteen aan de schandpaal werd genageld. De zeden zijn niet meer wat ze ooit waren, niet alleen in de kerk maar ook daarbuiten. De mens lijkt zo af en toe zelfs verder te zijn teruggeworpen in zijn dier-zijn.

Als je de mens zou ontdoen van zijn intellectuele vermogens, dan blijft het dierlijke over. Mensen en dieren zijn er in de basis om nog meer mensen of dieren te creëren. Kinderen gaan naar school om een vak te leren en om zo later te kunnen overleven. Ze leren dat ze zich in een groep moeten verhouden om zo voor bescherming te zorgen en een partner te vinden. Uiteindelijk vormt dat werken en sociale samenzijn de basis voor het creëren van nageslacht.

Het lijf is hiernaar geconstrueerd. Mannen zijn het productiefst als ze zo tussen de twintig en veertig zijn en voor vrouwen geldt dat ze dan op hun aantrekkelijkst zijn. Voor mannen is het in die periode van belang te laten zien hoe sterk ze zijn, terwijl vrouwen hun gelaat en vormen benadrukken om hun vruchtbaarheid te tonen. Ons brein helpt ons om één en ander te reguleren, zodat we mekaar niet als beesten bespringen zonder de consequenties te overzien.

De manier waarop deze regulering wordt vormgegeven verschilt per geldende normen en waarden van een cultuur. Zo zijn er stammen in de Amazone waarbij mensen zo goed als naakt met elkaar samenleven, terwijl in het Midden-Oosten het lichamelijke juist ver is teruggedrongen. Wij zitten daar ergens tussenin. Het sluieren van vrouwen vinden we abject, terwijl het ontbloten van borsten en geslachtsdelen eveneens afgekeurd wordt.

Met de secularisatie van de samenleving worden de zeden in mindere mate centraal bepaald. Er zijn wetten die de grenzen aangeven, maar daarbinnen is het aan ieder individu om zelf te bepalen wat voor hem / haar goed is. De gedachte is dat ieder mens deze afweging zelf goed zou moeten kunnen maken. Blijkbaar hebben we deze nieuw verworven vrijheid aangewend om meer te gaan hechten aan het tonen van lichamen en het bevredigen van seksuele verlangens.

In reclames worden vrouwen gebruikt die hun vruchtbaarheid inzetten om een deodorant aan te prijzen. Of halfnaakte mannen die hun viriliteit tonen om een blikje frisdrank aan te bieden. Muziekzenders zenden al jaren videoclips uit waar vrouwen (vrijwel) topless quasi-seksuele handelingen uitvoeren. Het dierlijke wordt aangemoedigd en onze kinderen groeien ermee op. Het hebben van seks belangrijk als maatstaf voor maatschappelijke relevantie.

De voortdurende seksuele prikkeling, via advertenties of op straat, is een vorm van sadisme. Bevrediging zal eigenlijk nooit volgen. Diegene die uitdaagt hoeft niemand te ontzien, het is aan de ander om het maar te verdragen. Bovendien leidt het bloot af van dat wat de mens nadrukkelijk tot mens maakt, namelijk het gezicht. Hoe naakter het lichaam, hoe onzekerder de hedendaagse mens over zijn mens-zijn is. Ook al kan de mens zichzelf beschouwen, bij keuze is het gemakkelijker om gewoon maar een beest te zijn.