Schonere wielersport kan

5 juli 2013 | Opinie – Dopinggebruik kan niet los worden gezien van de omgeving waarin het plaatsvindt, waar ook het publiek door zijn verwachtingen een rol speelt.

Wielrennen en doping gaan al sinds lang samen. We zijn nu echter zover dat dopinggebruik blijkbaar de norm is (geweest?). Toch lijkt dit de publieke belangstelling voor de sport niet al te zeer te schaden. Het zou ook hypocriet zijn als het wel zo zijn. Het gebruik van doping kan namelijk niet los worden gezien van de omgeving waarin het plaatsvindt. Ook het publiek en de journalistiek zijn onderdeel van het probleem.

Testosteron, EPO? Verboden. Sportdrank, voedingssupplementen, hoogtestages? Toegestaan. Al deze middelen werken prestatie- of herstelbevorderend. We vinden een goedpresterende wielrenner na een hoogtestage slim en één die EPO neemt een bedrieger. Als we competitievervalsing willen tegengaan, waarom staan we dan niet alle renners toe doping te gebruiken? Dat scheelt in de handhaving, die toch nooit helemaal effectief zal zijn.

Blijkbaar vinden we dat te ver gaan. Zo zou een rat race ontketend kunnen worden waar renners in toenemende mate middelen tot zich nemen waarvan ze niet kunnen overzien wat het met hun gezondheid doet. In eerste instantie zou dit voor het publiek niet moeten uitmaken. Wij weten ook niet wat er tijdens een hoogtestage gebeurt. Het wordt een andere zaak wanneer renners (voor) dood van de fiets vallen. Gladiatoren horen niet meer te sterven. Dat vinden we ongeciviliseerd.

De tijd van gladiatoren, publiek en de keizer is daarmee niet voorbij. Het publiek wil vermaakt worden en heeft helden nodig om op te leunen. Bij grote evenementen als de Tour de France fietsen de renners niet alleen voor hun plezier, maar ook om gevoelens van nationaal thuishoren te bevredigen. Onze renners moeten winnen, zodat ook wij winnen. Ze worden niet bewonderd om het unieke van hun prestatie, maar om hun bijdrage aan het geluk van de natie.

En de keizer dan? Ook die zit nog steeds op de troon. Nou ja, op de perstribune in dit geval. Als schakel tussen de arena en het volk kunnen journalisten renners maken of breken. Ze duiden prestaties van renners naar eigen inzicht en zijn altijd op zoek naar nieuws waarmee ze kunnen uitpakken. In deze hyperactieve wereld zijn atleten verworden tot poppen die aan touwtjes heen en weer worden bewogen. Zij die hun rol niet spelen, worden uit het verhaal geschreven.

Bedrijven willen omzet, organisatoren en omroepen kijkers en journalisten lezers. Omdat de belangen groot zijn, wordt het doen en laten van renners een zaak van iedereen. De renner zit daarmee gevangen tussen zijn menselijk potentieel en de prestaties die we verwachten van een machine in publieke handen. Tja, als er zoveel druk op komt te staan, geen wonder dat het ergens breekt. Het is dan wel de renner die doping neemt, maar wij gaan daarbij niet vrijuit.

Als we zo tegen het gebruik van doping zijn, dan zullen we ook naar ons zelf moeten kijken. Renners zijn ‘maar’ stervelingen met bovengemiddelde talenten. We zouden beter onze omgang met sporters herijken. Meer respect voor het menselijke en de beperkingen van lichaam en geest zou een goed begin zijn. Het temperen van heldenverering en de drang naar surrogaatoverwinningen een prima vervolg. Waarom zouden we alleen aan bewondering niet genoeg kunnen hebben?

Dit artikel is verschenen bij Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad op 5 juli 2013.