Verder zonder kerk

11 juli 2014 | Opinie – De kerken lopen leeg en van nieuwe aanwas is geen sprake. Wat willen we met die karakteristieke gebouwen en torens die straks achterblijven?

We zijn nu zo’n veertig jaar na de sluiting van de mijnen en ik lees nog regelmatig dat mensen het jammer vinden dat het cultureel erfgoed uit die tijd zo goed als in zijn geheel verloren is gegaan. De komende decennia zit er echter een nog veel grotere ingreep in ons landschap aan te komen. De kerken lopen leeg en van nieuwe aanwas is al zeker geen sprake. Wat willen we nu met die zo karakteristieke kerken en torens die straks met lekkende daken en gebroken glas in lood ramen in dorpen en steden achterblijven?

Het komt misschien nu voor alsof het openhouden van een kerk een publieke zaak is. Feitelijk is echter het parochiebestuur in het overgrote deel van de gevallen eigenaar van de kerkgebouwen. Daarbij komt ook nog eens dat een deel van die kerken als monument geklasseerd staan en dus niet zomaar kunnen worden afgebroken dan wel verbouwd. Verder is er bij de besturen altijd nog hoop, hoop dat de mens tot inkeer komt en zich weer meldt in de wekelijkse mis. Het sluiten van een kerk is voor hen echt het allerlaatste waaraan ze denken.

De bisdommen in Nederland zijn zich bewust van de problematiek en proberen met maatschappelijke organisaties en commerciële partijen het kerkgebouw multifunctioneel in te richten dan wel mee te werken aan een andere bestemming. De Provincie Limburg heeft vorig jaar 5 miljoen euro toegezegd om een kleine twintig kerken te helpen met een (gedeeltelijke) herbestemming. Tot nu toe zijn de plannen echter nog vrij adhoc: daar waar een kerk leeg staat, daar wordt al dan niet succesvol naar een oplossing gezocht.

Vaak staan die kerken echter in een stad, waardoor parochies gemakkelijker samengevoegd kunnen worden in één kerk. Ook liggen de kerkhoven daar meestal op een centrale plaats, waardoor er vanzelf minder binding is. In de dorpen is dat echter anders. Daar liggen de graven rond de kerk en meestal ook nog op een tweede plek ergens in het dorp. Ook staat het kerkgebouw op een centrale plaats – aan de markt, op een heuvel, bij de entree van een dorp – waardoor het een beeldbepalende plek inneemt.

Daar waar je in een stad nog een bibliotheek, café of kantoor in een kerk kunt vestigen, daar zijn de dorpen veelal te klein voor dat soort bedrijvigheid. Bovendien, de banken zijn al uit de dorpen verdwenen, basisscholen worden met sluiting bedreigd en verenigingen fuseren met die van andere dorpen. De kerk, het gemeenschapshuis, de kantine… straks allemaal ‘erfgoed’ dat zich niet meer in stand kan houden. De enige functie die de dorpen dan nog hebben is het wonen.

Betekent dat dan dat we kerken als woningen moeten gaan inrichten? Worden dierbare gelovigen straks in naburige dorpen begraven of misschien zelfs wel in een stad tien of twintig kilometer verderop? Wat doen we dan met de kerkhoven in de dorpen? Gaan die ook naar de stad? We moeten nu al anticiperen op wat onafwendbaar zal zijn: vele kerken zullen leeg komen te staan. Het lijkt me verstandig dat de Provincie het initiatief neemt om samen met het bisdom, de kerken en gemeenten tot een plan voor de lange termijn te komen.

Dit artikel is verschenen bij Dagblad de Limburger / Limburgs Dagblad op 11 juli 2014.