Ben ik te alarmistisch over het coronavirus?

19 maart 2020 | Commentaar – De tijd die we nu verspillen met wachten op het kabinet en de Kamer wordt in aantallen sterfgevallen pas over een week of 2-4 zichtbaar.

De discussie over de scholen sleepte dagen voort, tussen de aankondiging en de toespraak van de premier afgelopen maandag zat meer dan een dag en het daaropvolgende Kamerdebat dat momenteel nog bezig is duurde weer twee dagen. U denkt misschien: die ondernemen actie. Ik ben van mening van niet. Ik leg uit.

Stel u voor dat vijf buitenlandse militairen Nederland ‘binnenvallen’. Eén daarvan stelt zich op in uw straat. Wanneer u de straat binnenrijdt, ziet u de soldaat naar u zwaaien met zijn geweer. Verder doet ie niets. U komt thuis en uw zoon vertelt u dat hij eveneens een met een geweer zwaaiende soldaat is tegengekomen. De volgende dag komt uw vader (of opa) de straat binnengereden. De soldaat staat op, richt zijn geweer op de auto en schiet. Uw vader raakt levensbedreigend gewond/sterft.

Buitenlandse invasie
Het coronavirus is als een buitenlandse invasie, die om drie redenen nóg gevaarlijker is dan een militaire invasie. Zo hebben de soldaten geen uniform aan en is het geweer niet altijd als zodanig te herkennen (de symptomen van het virus). We weten dus nooit waar het potentieel iemand levensgevaarlijk verwondt. Daarnaast schiet het virus vaak wel, doch niet uitsluitend op vaders (of opa’s). En het allerbelangrijkst: het aantal soldaten groeit exponentieel, wat ik voor nu illustreer met*: de eerste dag zijn er vijf, de tweede 25, de derde 125, de vierde 625 enzovoort. Dit betekent dus dat u snel in steeds meer straten het risico loopt een virus tegen te komen, dat u echter niet kunt zien en dat bovendien als u het wel zou kunnen zien u ogenschijnlijk willekeurig wel of niet ziek maakt.

* Voor de critici: ik weet dat dit wiskundig niet klopt. Ook heb ik de exacte data niet en weet dus niet met welke groeifactor en in welke tijd het virus groeit. Dat is hier ook niet nodig. Dit voorbeeld is om een ander punt te maken, namelijk dat van de urgentie.

Als er vijf buitenlandse soldaten gesignaleerd worden, dan sturen we de marechaussee erop af en dan roepen we een ambassadeur op het matje. De Kamer wordt dan vervolgens geïnformeerd. Als er aanwijzingen zijn dat een land 100.000 soldaten naar Nederland zou willen sturen of dat doet, dan zijn we te laat geweest. Dan helpt alleen nog het leger en wordt het normale leven en het democratische proces opgeschort. Waar is dat punt tussen die vijf en 100.000 dat je zo kunt handelen dat een gedegen democratisch proces (inclusief het maatschappelijk draagvlak dat erdoor zou moeten ontstaan) nog mogelijk is zonder dat een crisis onbeheersbaar wordt? Hoe snel moet je optreden om niet door 100.000 soldaten overmand te worden? Hoe goed zijn wij eigenlijk in het anticiperen op een invasie? (Slecht. Er zijn momenteel gerekend naar bevolkingsaantallen procentueel meer corona-doden in Nederland dan in China.)

Dokter bellen
Het is het proces van snelle verspreiding dat, mijns inziens, door velen is en wordt onderschat, niet in de laatste plaats door het kabinet en Kamerleden. Ik wil hier trouwens niet mee zeggen dat het RIVM, virologen of wie dan ook de verkeerde modellen gebruiken of geen verstand van zaken hebben. Maar een virusuitbraak is meer dan de dokter (het RIVM in dit geval) bellen en om een behandeling vragen, wat premier Rutte en de rest van het kabinet feitelijk doen.

Het is ook niet aan het kabinet alleen om een besluit over de volksgezondheid te nemen. Dat wat Rutte afgelopen maandag aankondigde is experimenteel en wordt in de rest van wereld ook niet zo gedaan. Inmiddels heeft het RIVM de premier moeten corrigeren door te zeggen dat het behandelplan niet (zoveel) zal afwijken van dat wat in de rest van de wereld het behandelplan is. Met zijn ‘groepsimmuniteit’ gaf de premier die in deze crisis zou moeten leiden aan dat ie het behandelplan van de dokter niet heeft gesnapt dan wel niet zo heeft gecommuniceerd dat het correct was. Mijns inziens is dat voor een premier en in deze tijd een doodzonde. Het leidt af of in de verkeerde richting en kost tijd.

Vrolijk doen
Het politieke proces wordt nu op de gangbare manier over dagen en mogelijk weken uitgespreid. Eerst duurde het al een tijd voordat Rutte ophield er vrolijk over te doen (het is storend wanneer een leider niet of steeds te laat de juiste snaar weet te raken. Het is een leiderschapskwaliteit dat wel te kunnen), toen het gehannes met de scholen en nu pas een Kamerdebat waar Kamerleden vermoedelijk met voldongen feiten worden geconfronteerd, omdat ook zij menen niet anders te kunnen dan op het RIVM te leunen. Echter, zouden ze nog iets anders willen, dan is nu zoveel tijd verstreken dat het virus al welig heeft kunnen tieren.

Van dat laatste ziet u nu nog niet zoveel, behalve dan dat het dagelijkse gepubliceerde aantal sterfgevallen verder oploopt. Maar de tijd die we nu verspillen met wachten op het kabinet en de Kamer wordt in aantallen sterfgevallen pas over een week of 2-4 zichtbaar. En stel we zouden dus voor een andere aanpak (hebben) willen kiezen die rigoureuzer is (in maatschappelijke ontwrichting bijvoorbeeld) dan Rutte na beraadslaging met het RIVM voorstelt, dan kan dat vanwege de verspreiding of niet meer of zou het door een gebrek aan tempo nu een onnodig aantal extra slachtoffers hebben opgeleverd.

Vandaar de urgentie. Wil je nog iets zelf kunnen bepalen, dan geeft het virus je geen uren en dagen om dat te kunnen doen. Het gaat hier uiteindelijk om leven en dood en niet om een infrastructuurproject dat achteraf meer kost dan gebudgetteerd.

Lockdown? Doen!
Leiders die de dokter carte blanche geven het behandelplan uit te voeren vragen om problemen. Ziek zijn heeft namelijk een wetenschappelijke/fysische kant en een psychologische/sociale (op individueel/maatschappelijk niveau). De scholen waren al een goed voorbeeld. Openblijven was voor de maatschappij als geheel ‘wetenschappelijk’ waarschijnlijk beter, voor het individuele welbevinden was sluiting het allerbeste (lees: leraren/ouders voelden zich ongemakkelijk en werkten niet mee). Minister Slob had een paar dagen nodig om dat te leren.

Mensen worden nog maanden/jaren geconfronteerd met het woord coronavirus, de maatregelen, de patiënten en doden (mogelijk in eigen kring). Het wordt een wachten op het virus (heb ik het nu, heb ik het niet, overleeft oma/mama/mijn zusje?), terwijl de overheid zegt: laat het maar over u komen, maar niet nu (wanneer ben ik dan aan de beurt?). Dat terwijl in het buitenland al dan niet de schijn wordt gewekt dat de overheid burgers beschermt door brandhaarden meteen aan te pakken. Je kunt niet van mensen vragen zich maanden aan iets te onderwerpen omdat het wetenschappelijk gezien de beste manier zou zijn. Zeker niet als mensen weten dat het eigenlijk een experiment is en ze om zich heen kijkend concluderen dat ze elders wel ‘beschermd’ zouden zijn geworden.

De Nederlandse aanpak van laat-maar-komen-maar-niet-te-snel is niet alleen wetenschappelijk een outlier, maar ook sociaal gezien risicovol. Op lange termijn zou de aanpak van het RIVM misschien net zo goed kunnen zijn als een restrictievere aanpak elders, het instrument lockdown (als in brandhaarden geografisch laten uitdoven door sociale bevriezing) zou mensen (buiten en binnen de brandhaard) een gevoel van controle kunnen geven en kunnen helpen om door nog maanden van onzekerheid heen te komen. Ik weet niet of uw leiders al zover zijn dat ze over (dat deel van) uw lot hebben nagedacht.