Werk aan het vliegveld

3 november 2019 | Commentaar – Nu Maastricht Aachen Airport wéér zonder exploitant zit, moeten Provinciale Staten geen stampij maar werk maken van hun controlerende taak.

Is het niet om gek van te worden? Nog geen vijf jaar geleden hebben Provinciale Staten het naar je zou denken weloverwogen risico genomen de boedel van Maastricht Aachen Airport (MAA) over te nemen en om een exploitant aan te stellen die daar iets van ging maken. Nu die exploitant er mede na een draai van de verantwoordelijke Gedeputeerde Van den Akker de brui aan geeft, staat de toekomst van het vliegveld ineens weer ter discussie. MAA is nu niet ons probleem, tekortschietende bestuurlijke controle des te meer.

Wanhopig

Als je goed zoekt, dan vind je misschien ergens een econoom of luchtvaartdeskundige die kansen ziet voor MAA. En dan nog alleen wanneer precies alle puzzelstukjes passen. Het is namelijk niet gemakkelijk om een vliegveld open te houden dat maar weinig doet voor het achterland en dat concurreert met beter lopende luchthavens als die van Luik even verderop. De provincie meende dat de exploitant die nog nooit een vliegveld had geëxploiteerd daar wel omheen zou werken.

Zo wanhopig als de provincie toen was, is ze nu blijkbaar nog steeds. Nee, er hoeft geen nieuw onderzoek te komen naar de zin van het voortbestaan. In vijf jaar tijd is er niets veranderd. Statenleden zouden er goed aan doen om eens in de archiefkasten van het Gouvernement te duiken. Daar vinden ze alle informatie die ze nodig hebben. Nieuwe onderzoeken kosten geld en komen door de vraagstelling die aan onderzoekers wordt meegegeven toch weer tot de conclusie dat het niet onmogelijk zou moeten zijn om MAA open te houden.

Zwartgelakt

Misschien kunnen ze dan ook het geheim van de archiefkast ontrafelen. De publieke versie van de concessieovereenkomst met de exploitant was namelijk zwartgelakt daar waar het spannend werd. Hoe kan een concessiehouder tussentijds en ogenschijnlijk zonder consequenties de concessie opzeggen? Heeft de exploitant zo vrijblijvend kunnen profiteren van gemeenschapsgeld (wat kostte de concessie bij het aangaan en hoeveel is er aan gesubsidieerde winst tussentijds uitgehaald)? En tegen welke prijs blijft de heer Durmaz eigenlijk betrokken bij de luchthaven?

Het vertrek van de exploitant is bovendien nog maar de prelude. De hogere veiligheidskosten en investeringen in de baan die buiten de exploitatie om gaan kunnen door de Staten ook nog wel in de provinciebegroting weggepoetst worden. Problematisch wordt het wanneer ook het ‘exploitatiedeel’ door een recessie onder water komt te staan. Dan kunnen we niet langer de schijn ophouden dat alleen de basisinfrastructuur wordt gesubsidieerd en zullen er wel banen moeten gaan verdwijnen. Maar ja, dat is ooit, niet nu.

Voldongen feit

De vorige Gedeputeerde Beurskens heeft de redding van MAA ‘erdoor gedrukt’ wetende dat de luchthaven daarmee een voldongen feit zou zijn bij nieuwe tegenslagen. MAA sluiten is geen optie meer, tenzij Statenleden bereid zijn alle recente investeringen niet over jaren, maar in één keer af te schrijven en nieuws te maken met het verlies van banen. Een ‘maatschappelijke kosten- en batenanalyse’ zou dus op korte termijn zeker maar naar één kant doorslaan. Geen politicus die zich daaraan wil branden.

Dus, wat is nieuw? De cyclus van hopen, subsidiëren, wachten, mislukken is weer terug bij hopen. Deze keer dat het Rijk MAA een bredere, maatschappelijke functie geeft. Laten we ondertussen niet nog meer geld steken in zinloze onderzoeken, het organiseren van referenda en beslag leggen op de tijd van bestuurders en ambtenaren. Alle ophef nu is gratuite. Provinciale Staten moeten gewoon hun werk doen en controleren hoe de provincie nog iets van het vliegveld maakt. Maar geen zorgen: wij weten dat we daarvoor straks weer de rekening betalen.

Dit artikel is verschenen bij De Limburger op 6 november 2019.