Los staatsschuld af met een schuldentaks

17 januari 2012 | Opinie – I.p.v. te besparen op uitgaven of met nog meer schuld groei te creëren zou een tijdelijke extra belasting de lasten het eerlijkst verdelen.

We vinden het normaal dat de overheid jaar na jaar een tekort op de begroting laat zien. De schuld die dit met zich meebrengt wordt al tijden haast automatisch gefinancierd door beleggers. Wanneer de tekorten voor het gevoel echter uit de hand lopen is het lijden en last. Zo ook nu. Na de steun aan de financiële sector in eigen land, en aan landen in crisis in Europa, ontkomen ook wij er niet aan om onze schulden af te betalen.

In eerste instantie ligt het voor de hand om de uitgaven te verlagen. Het gevolg is dat een deel van de overheidsconsumptie, eventueel indirect door gekorte uitkeringen, verdwijnt en daarmee dus ook een deel van het binnenlands product. Deze reductie draagt bij aan een proces van aanpassing waardoor nieuwe activiteiten en investeringsmogelijkheden ontstaan, die de basis leggen voor een nieuwe periode van economische groei.

Een concurrerende visie legt de nadruk niet op het aflossen maar op groei. Immers, als de het inkomen groeit, stijgen de belastinginkomsten en daalt de schuldquotiënt. De groei wordt bereikt door juist meer overheidsbestedingen en dus schuld te creëren. En om ervoor te zorgen dat de rentebetalingen niet de pan uitrijzen, financiert de overheid zelf een deel van zijn schuld door geld bij te drukken. De te verwachten inflatie is dan als het ware een toekomstige belasting.

Voor beide benaderingen valt iets te zeggen. Er is echter nog een andere optie: verhoog de belastingen met een tijdelijke ‘schuldentaks’. De schulden zijn in het verleden aangegaan en staan daarmee niet noodzakelijkerwijs in relatie tot de huidige uitgaven. Wij zijn het normaal gaan vinden dat oude schulden blijven uitstaan en worden overgesloten. De extra heffing erkent het tijdelijke en specifieke karakter van de belasting.

Alle drie de benaderingen hebben hun prijs. Door alleen in de uitgaven te snijden, betalen de zwaksten de prijs. Ter illustratie: de korting op het PGB staat in relatie met het bijna-failliet van ABN AMRO. Alle Nederlanders profiteren van die redding, maar het zijn de gehandicapten die ‘betalen’. Door schuld op schuld te stapelen verhogen we onze inzet en risico’s: als uiteindelijk de groei niet voldoende aantrekt, of de inflatie hardnekkig blijkt, betalen we daarvoor de komende decennia.

De extra belasting is het meest logisch: schuld is tijdelijk en eindigt met aflossing betaald uit inkomsten. Net als bij het snijden in uitgaven gaat het ten koste van welvaart op korte termijn. Deze periode van budgettaire rationalisering helpt bij het bepalen van wat economisch belangrijk is en wat niet. Ook staat ons op lange termijn geen uitgestelde inflatie te wachten. Door de belasting te verhogen ontkomt bovendien niemand eraan om zijn deel van de overheidsschuld af te lossen.

Dit artikel is verschenen bij Het Financieele Dagblad op 18 januari 2012.